Printen met de Bambu Lab A1 mini

Deze handleiding helpt je stap voor stap bij het voorbereiden en starten van een print. De A1 mini print met filament van 1,75 mm en heeft een printvolume van maximaal 180 x 180 x 180 mm. Controleer in de slicer altijd of jouw ontwerp binnen dit volume past.

Heb je nog niet eerder 3D-geprint? Vraag dan eerst een coach of ervaren gebruiker om je te helpen. Overleg ook vooraf welk filament je mag gebruiken en hoe je het printbestand naar deze printer stuurt. Gebruik geen ander filament of instellingen zonder overleg.

Voor je begint

  • Vraag of de printer beschikbaar is en meld hoe lang de print ongeveer duurt.
  • Controleer of het juiste filament is geladen en vraag na of dit materiaal voor de printer is toegestaan.
  • Controleer of de printplaat goed ligt en vrij is van resten. Raak het printoppervlak zo min mogelijk aan.
  • Houd handen, gereedschap en losse voorwerpen uit de buurt van de bewegende printerkop en het verwarmde printbed.

Je print voorbereiden

  1. Open je 3D-model in Bambu Studio.
  2. Kies als printerprofiel Bambu Lab A1 mini en selecteer het filament dat daadwerkelijk in de printer zit. Gebruik de bestaande instellingen; pas temperatuur- of printerinstellingen niet zomaar aan.
  3. Controleer of het model op de printplaat past en goed op de plaat staat.
  4. Klik op Slice plate en bekijk de preview. Controleer of het model en de ondersteuningen eruitzien zoals je verwacht.
  5. Sla het geslicete bestand op of stuur het naar de printer met de methode die bij de printer is afgesproken. Controleer bij het starten nogmaals dat de juiste printer en print zijn geselecteerd.

De print starten

Start de print via Bambu Studio of het scherm van de printer, volgens de afgesproken werkwijze. Blijf in de buurt tijdens de eerste laag. Controleer of het filament goed op de printplaat wordt gelegd. Pauzeer de print en vraag hulp als het filament niet hecht, loskomt of zich rond de printkop ophoopt.

Raak tijdens het printen de printkop, het verwarmde bed en bewegende onderdelen niet aan. Laat de printer niet onbeheerd achter als dat tegen de afspraken in de ruimte is.

Na het printen

  1. Wacht tot de printplaat en het model voldoende zijn afgekoeld.
  2. Haal de print voorzichtig los. Buig de flexibele printplaat alleen als dat voor deze plaat is toegestaan; gebruik geen kracht of scherp gereedschap.
  3. Ruim losse filamentresten op en laat de printer, printplaat en werkplek netjes achter.
  4. Meld problemen of schade aan een coach. Zet de printer alleen uit als dat de afgesproken werkwijze is.

Meer informatie